16. Het Laatste Oordeel

UIT KORAN EN BIJBEL IN VERHALEN Unieboek Teksten downloaden beneden marliesterborg@gmail.com
Het Bijbelse verhaal over de Laatste Dag komt in flarden in zowel het Oude Testament als het Nieuwe Testament voor, om in het laatste Bijbelboek Openbaring uit te lopen in een bloemrijke apotheose of slot. In de boeken Jesaja en Daniël van het Oude Testament gaat het om een Openbaring, in vervoering ontvangen door respectievelijk Jesaja en Daniël. Zo is ook het laatste boek van het Nieuwe Testament de neerslag van een visioen, in vervoering ontvangen door een zekere Johannes. In de evangeliën betreft het uitspraken aan Jezus toegeschreven.
In de Koran wordt aan de Laatste Dag in talloze soera's aandacht besteed. Zo is er een soera die de titel Katastrofe draagt, één die de Aardbeving heet, één getiteld Het Splijten, een ander Het Barsten; titels die verwijzen naar de hemel die uit haar voegen raakt. Maar ook in andere soera's keren de Laatste Dag en het Laatste Oordeel herhaaldelijk terug. Zo worden mensen er telkens aan herinnerd dat zij ooit individueel afgerekend zullen worden over hun doen en laten. Zoals elders in de Koran zijn ook de verhalen over de Laatste Dag boodschappen van Allah, aan Mohammed geopenbaard via de engel Djibriel.
Kort samengevat: de Laatste Dag is het einde der (Aardse) Tijden, die uitmondt in de Oordeelsdag. Dan moeten alle mensen verantwoording afleggen voor wat zij tijdens hun leven geloofd en gedaan hebben. Zij worden opgewekt uit de dood om berecht en vervolgens gestraft dan wel beloond te worden. De Oordeelsdag loopt zo voor sommigen uit in de hel, voor anderen in gelukzaligheid. Dit verhaal, met zijn heftige beelden, leent zich bij uitstek voor allegorische uitleg, die wij graag aan de lezer overlaten.

In dit hoofdstuk is vooral ook gezocht naar overeenkomsten in de beeldtaal. Deze zijn sterk tot in detail. Zo is in beide boeken sprake van een bazuin, van neerdalende engelen die één of meer catastrofen inleiden: aardbevingen, vuur, het vallen der sterren, een verduisterde zon. In beide boeken wordt de hemel als een boek opgerold. Het lijkt alsof hier de schepping wordt omgedraaid.
In de Bijbel treden op de Laatste Dag milieurampen op, zoals de vergiftiging van zeeën; en concreet beschreven ziektes en plagen, die ook diegene worden toegewenst die zich niet strik aan de letter van het Boek houdt. In de Koran wordt de Laatste Dag zelf niet of nauwelijks in termen van ziektes en plagen beschreven. Er wordt in algemene zin gesproken over de bestraffing met pijnlijke plagen in de hel. (zie hoofdstuk 17) Het betreft hier het onrecht dat mensen zichzelf aandoen. Concrete plagen zijn te vinden in het verhaal van Moesa en Fir'aun. (zie hoofdstuk 9)
Iets dergelijks geldt voor het beeld vuur. Dit speelt in de Bijbel juist op de Laatste Dag een belangrijke rol als verwoestend element. In de Koran vertegenwoordigt vuur vooral de hellestraf die volgt op het Laatste Oordeel.

In beide boeken spelen conflict en oorlog op de Laatste Dag een verwoestende rol.

In Koran en Bijbel worden mensen zoals gezegd op de dag des Oordeels opgewekt uit de dood, om vervolgens berecht te worden. In de Koran is deze opwekking een logisch vervolg op de schepping van de mens Adam en de schepping van elk kind in de moederschoot. Het gaat om derde schepping. (zie hoofdstuk 2)

Terwijl Jezus in de Bijbel een belangrijke rol speelt als vorstelijke rechter, wordt in de Koran vermeld dat 'Isa op de Oordeelsdag, (evenals andere profeten) als getuige optreedt. In de Bijbel en in de Koran is het oordeel gegrond op een levensboek, waarin de goede en slechte daden zijn opgetekend.

Op grond ook van de getuigenissen/voorspraak van profeten worden ze verdeeld in een groep slechte, sinistere mensen, zij die links voor God/Allah staan (sinister=Latijn voor links/slecht) en een groep rechtvaardigen, die rechts voor Hem staan.
In Bijbel en Koran wordt nog een derde groep onderscheiden van mensen die een bijzonder verleden hebben als martelaar of profeet. Zij die voorop liepen in het doen van het goede lopen ook voorop als het gaat om de beloning.
Het oordeel loopt voor hen die rechts staan uit op een paradijselijke of hemels beloning. Zij die links staan zijn gedoemd tot het hellevuur. Daarover handelen de volgende twee hoofdstukken.