Koran en Bijbel Verhalen Naast Elkaar

Zie hier een bloemlezing van verhalen die zowel in de Koran als in de Bijbel voorkomen, verzameld en van een inleiding voorzien door Marlies ter Borg en Karima Bisschop. Het bijzondere aan dit boek is dat de Joods-Christelijke en de Islamitische verhalen broederlijk naast elkaar staan. De teksten zelf worden in al hun eenvoud gepresenteerd, de uitleg ervan wordt aan de lezer overgelaten. Ook in boekvorm verkrijgbaar KORAN EN BIJBEL IN VERHALEN Marlies ter Borg en Karima Bissschop Uitgever Unieboek marliesterborg@gmail.com De teksten kunnen hieronder gedownload worden. Ook per hoofdstuk te downloaden.

1. De Schepping in Bijbel en Koran

In het begin was er alleen God/Allah, zwevend of tronend boven het water. De hemelen, de aarde en alles daartussen werden geschapen, eenvoudig door een woord van Allah/God. God schiep eerst het licht. Hij schiep (later) ook de zon en de maan en daarmee de tijd. Toen werden hemel, aarde en zeeën gescheiden. In de Koran wordt de hemel in zeven lagen geschapen. De aarde werd met planten bedekt. Lucht, water en de aarde liet Hij wemelen van vogels, vissen en landdieren. In de Koran wordt gemeld dat alles uit water is gevormd, en dat de hemel uitgevouwen werd tot zeven hemelen. In de Bijbel wordt de mens geschapen naar Gods evenbeeld. De Koran wijst deze gelijkenis tussen God en mens uitdrukkelijk van de hand. (Voor de schepping van de mens, man en vrouw zie hoofdstuk 2.) In de Koran worden de zorgvuldigheid en vrijgevigheid benadrukt waarmee de Schepper te werk ging. Alle schepselen in hun onderlinge ordening vormen 'tekenen voor mensen die geloven' (16:79) dat zij Allah kunnen vertrouwen, als 'de machtige, de vergevende.' (39:5) In Genesis staat dat God zag dat wat Hij geschapen had goed was. De schepping vond plaats in zes dagen (perioden), in de Goddelijke tijd. Voor zover er van dagen sprake is, kan het niet gaan om alledaagse dagen, immers op dag één bestond de door de zon gemarkeerde tijd nog niet. Wat gebeurde er na deze wonderbaarlijke zes 'Dagen'? In de Bijbel is er sprake van een zevende dag: Gods rustdag. In de Koran bestijgt Allah na deze eerste schepping zijn troon, want Hij kent geen vermoeidheid. In het Bijbelboek Genesis wordt benadrukt dat de schepping na zes dagen voltooid is, volmaakt. Volgens de Koran schept Allah, ook na die zes wonderbaarlijke dagen, telkens opnieuw. In tweede instantie in elke nieuwe lente, bij elke nieuwe geboorte. Ten slotte doet hij, bij een derde schepping, mensen na de dood opstaan. (zie hoofdstuk 16) In de Bijbel staat de schepping aan het begin, in het boek Genesis. In de Koran vindt men in verschillende Soera's (hoofdstukken) verwijzingen naar het continue scheppingsproces. ZIE HIER DE TEKSTEN NAAST ELKAAR ....

Lees meer…

2. De schepping van de mens

Download hieronder de Koran en Bijbel teksten De eerste mens is geschapen uit aarde en heet daarom naar het Hebreeuws woord voor aarde, 'Adam.' Met de naam is ook in de Koran het idee terug te vinden, dat de eerste mens door Allah uit aarde of klei gemaakt is. Dat God de mens van aarde tot leven wekte door hem zijn geest in te blazen is in beide boeken te vinden. De Koran vermeldt dat Allah de mens mooie vormen gaf. Hij gebiedt de engelen voor hem te buigen. De God van Genesis zegende de mens en zag dat het goed was. In de Bijbel zijn man én vrouw uitdrukkelijk naar Gods evenbeeld geschapen. In de Koran lijkt het Godsbegrip abstracter. Niemand is aan Allah gelijk. Wel is de mens vanaf zijn begin bestemd om na zijn dood tot God worden teruggevoerd. (zie hoofdstuk 16) De mens is in beide boeken vanaf het begin aangesteld als Gods plaatsvervanger. Hij zal heersen over de schepping. Hij heeft, ten opzichte van de rest van de schepping, zowel een bijzondere macht, als een bijzondere verantwoordelijkheid. In de Koran legt Allah zijn plan om de mens te scheppen uit aan de engelen. Zij reageren verschrikt. De mens, zo waarschuwen zij, zal zijn vermogens gebruiken om bloed te vergieten. Toch zet Allah zijn plan door. Hij gebiedt de engelen zelfs voor Adam te buigen. Maar ene uit vuur geschapen 'Iblies' (in het Nederlands duivel) weigert voor de mens te buigen. Omdat hij ongehoorzaam is aan Allah wordt hij de 'ongelovige' genoemd en uit het paradijs verdreven. Wel krijgt hij tijdelijk de mogelijkheid om de mens te verleiden tot het kwaad, een rol die hij gretig op zich neemt. Een vergelijkbaar verhaal komt in Genesis niet voor. Elders in de Bijbel is sprake van een Satan die uit de hemel valt, een Satan die de mens verleidt. In het Bijbelboek Job tracht Satan Job van God los te weken door hem met rampspoed te treffen. Maar Job volhardt, en wordt ten slotte door God beloond. De geschiedenis van Job/Ajjoeb wordt in de Koran kort aangestipt. Er is te weinig voor een apart hoofdstuk, maar de volhardende houding van Job/Ajjoeb is de moeite van aan korte uitweiding waard. Terug naar de schepping van de mens. Een bijzonder kenmerk dat al van meet af aan meespeelt is zijn vermogen tot taal. In Genesis is het de (eerste) mens zelf die alles benoemt. In de Koran geeft Allah de mens de namen van alle dingen. Uit een test blijkt dat de engelen dat typisch menselijke taalvermogen niet hebben. Een reden waarom de engelen voor de mens moeten buigen. De verscheidenheid in talen en kleuren van de volkeren is een geschenk van Allah, een aanmoediging om elkaar te leren kennen. Maar de veelkleurigheid van talen kan ook tot verwarring en verdeeldheid leiden, zo blijkt uit het verhaal van de toren van Babel in Genesis. Het verhaal over de schepping van de mens geeft ook al iets aan van de verhouding tussen de seksen. Bekend uit de Bijbel is het verhaal van de vrouw, Eva (leven), geschapen uit de rib van de man, Adam (aarde), als zijn helper. In de Nieuwe Bijbelvertaling staat dat Eva aan Adam gelijk was. Er is een tweede scheppingsverhaal, dat in Genesis staat, zowel voor als na het verhaal van de rib; een verhaal waarin mannen en vrouwen tegelijk en als gelijken geschapen worden, beide naar het evenbeeld van God. Dat de mens zou lijken op Allah wordt in de Koran uitdrukkelijk ontkend. Niemand kan op Allah lijken, Hij is de schepper van alles. Het rib- verhaal komt in de Koran niet voor. Man en vrouw zijn als gelijkwaardig aan elkaar geschapen, uit één ziel; als paren met een onderlinge zielsverwantschap. De Arabische verzen waar het om gaat zijn moeilijk precies in vertaling weer te geven. Een voorbeeld is vers 39:6 Het draait dan om twee Arabische woorden Nafs:ziel en Zawj: partner die inhoudelijk zowel naar het mannelijke als het vrouwelijke kunnen verwijzen. De vertaling van vers 39:6 zou dan theoretisch kunnen luiden: Hij heeft jullie uit één ziel (Nafs) geschapen en toen heeft Hij er zijn/haar partner (Zawj) uit gemaakt. In de Koran exegese wordt gesteld dat Nafs op Adam (de man) slaat en Zawj (partner) op de vrouw. Zo vertaalt Leemhuis: Hij heeft jullie uit één wezen geschapen en toen heeft Hij er zijn echtgenote uit gemaakt. Leemhuis kiest hier voor een onzijdig woord om het grammaticaal vrouwelijke nafs te vertalen, in plaats van het vrouwelijke woord ziel. In de Franse vertaling van Mouhammad Hamidullah komt het grammaticaal vrouwelijke van Nafs of ziel waaruit man en vrouw geschapen zijn goed tot uitdrukking: Il vous a créés d'une personne unique et a tiré d'elle son épouse. Over de vraag hóé de vrouw is geschapen verschilt men van mening. Sommige exegeten zeggen dat ze geschapen is uit de linkerrib van Adam en baseren zich daarbij onder andere op Genesis 2. Anderen zeggen dat de vrouw door God is geschapen op dezelfde wijze als de man en staan dichter bij Genesis 1. Deze laatste opvatting komt tot uitdrukking in de Engelse vertaling van Yusuf Ali: He created you (all) from a single Person: then created, of like nature, his mate; De Koran verschilt van het Genesis verhaal door de nadruk op continuïteit. De schepping van de mens herhaalt zich na de oorspronkelijke schepping, maar op een andere manier. Na de eerste schepping uit aarde wordt de mens voortaan geschapen uit een drupje water - het mannelijke zaad; maar vooral en in de eerste plaats uit een klonter bloed, en in de buik van de vrouw. De continue schepping van mensen na de eerste schepping is een teken dat Allah ook na de dood de mens zal herscheppen. ZIE HIER DE KORAN EN BIJBEL TEKSTEN ....

Lees meer…

3. Paradijs verloren

DOWLOAD BENEDEN BIJBEL EN KORAN TEKSTEN Het eerste mensenpaar woont in de paradijselijke tuin waar ze van alles mogen genieten. Maar één boom is verboden. Daarover zijn Koran en Bijbel het eens. In de Bijbel is het de boom van de kennis van goed en kwaad. In de Koran staat het benaderen van die boom gelijk met onrecht plegen. Beide boeken vertellen hoe de mensen toch van die ene boom aten. Ze werden daartoe aangezet door de slang (Bijbel) of de duivel (Koran). Toen verloren zij het paradijs. In de Bijbel is het de vrouw die de eerste zonde begaat. Dat verhaal is eeuwenlang gebruikt om vrouwen in een bepaald daglicht te zetten. In de Koran is het Adam die door Satan wordt aangesproken. Het mensenpaar doet sámen onrecht. Samen spreken ze woorden van berouw uit. Adam krijgt antwoord van Allah. Zij worden beiden vergeven. Volgens de Bijbel wordt, na deze eerste daad van onrecht, de mens uit het paradijs verdreven. Hieruit ontstond het christelijke concept van de 'erfzonde.' Mensen worden al beladen met schuld geboren. Alleen Jezus kan hen van de zonde verlossen. Van hem leren mensen berouw te tonen en anderen te vergeven. In het Koranverhaal is geen erfzondeconcept. Adam toont al direct berouw en dat wordt door Allah aanvaard. Het verhaal laat zien dat mensen hun schuld niet op anderen mogen afwentelen, maar zelf daarvoor de verantwoordelijkheid op zich moeten nemen. Oprecht berouw tonen biedt mensen het perspectief, om ooit terug te keren naar de tuin van 'Adn. ZIE HIER BIJBEL EN KORAN TEKSTEN ....

Lees meer…

4. Broedermoord

Het verhaal van de broedermoord wordt in de Koran anders uitgewerkt dan in de Bijbel. DOWLOAD ONDERAAN BIJBEL EN KORAN TEKSTEN! In Genesis gaat het om Kaïn en Abel. In de Koran worden geen namen genoemd. Volgens de traditie gaat het om Qabil en Habil. Hoe zij ook heten, het gaat in dit verhaal om de zonen van Adam, 'de mens.' In de Koran wordt deze eerste 'oermoord' meteen aangegrepen om met een algemeen verbod te komen: Gij zult niet doden! Iets wat in de Bijbel door Mozes aan de orde wordt gesteld. In de Koran wordt erkend dat de Israëlieten het eerst dit verbod kregen, en wordt het belang ervan bevestigd. In de Bijbel wordt niet duidelijk waarom God het offer van Kaïn van de hand wees. De Koran wijst naar eerdere misdaden, die ertoe leiden dat het offer van de ene broer niet geaccepteerd wordt. Ook de afloop van het verhaal is verschillend. In de Bijbel vlucht de moordenaar, van verzoening is geen sprake. In de Koran leert de moordenaar van een raaf hoe hij zijn broer de laatste eer moet bewijzen. De moordenaar krijgt berouw. Draait het Koranverhaal dan uit op pacifisme? Nee. De tekst geeft wel de ruimte aan de overheid om te doden (als straf), maar alleen onder strikte condities. Mensen die doden en verderf zaaien mogen door de overheid gedood worden. Maar onschuldige burgers mogen, zelfs door een Staat, niet worden vermoord. Want elk onschuldig leven is goud waard. Helaas luisteren mensen niet naar de gezanten van Allah, die deze boodschap van oudsher telkens opnieuw hebben gebracht. ZIE HIER BIJBEL EN KORAN TEKSTEN ....

Lees meer…

5. Noach Noeh

Noeh/Noach krijgt van Allah/God de opdracht een schip te bouwen waarmee hij, met zijn familie en twee stuks van elke diersoort, de grote overstroming overleeft. Er zijn subtiele verschillen tussen de twee versies van dit verhaal. In de Bijbel komt God in beeld die teleurgesteld is over de mensheid. Alleen Noach vindt genade in zijn ogen. Dieren zijn belangrijk in dit verhaal, vooral de duif die voor Noach de langzaam opdrogende aarde verkent en terugkeert met een olijftak. Met Noach en met alle levende wezens sluit God na de zondvloed een verbond, dat zo'n allesvernietigende vloed nooit meer zal plaatsvinden. De regenboog is daarvan het teken. In de Koran is het Noeh die teleurgesteld is in zijn volk. Hij probeert nog om hen te waarschuwen voor de naderende ramp, de straf voor hun ongeloof, maar hij wordt uitgelachen. Hij mag zijn familie meenemen aan boord, maar ook andere gelovigen, en dat zijn er niet veel. En familie zijn van Noeh is geen garantie voor redding. Zijn ongelovige vrouw komt om. Ontroerend is het afscheid van de koppige zoon, die zijn toevlucht zoekt tot de bergen en daar verdrinkt. Ook het Koranverhaal eindigt met een positieve noot. Noeh wordt een profeet genoemd en zijn nageslacht wordt gezegend. De vrouw van Noeh wordt in de Koran vergeleken met de vrouw van Loet. Beide vrouwen worden samen met hun volk vernietigd ondanks dat zij echtgenotes van profeten waren. Hier wordt benadrukt dat ieder mens verantwoordelijk is voor zijn/haar eigen keuzes. UIt KORAN EN BIJBEL IN VERHALEN OOK IN BOEK VORM Unieboek Bol.com ZIE HIER KORAN EN BIJBEL TEKSTEN ....

Lees meer…

6. Abraham Ibrahiem

Afbeelding: Abraham offert bijna zij zoon Isaaac/Ishmael. ZIE ONDER VOOR DOWNLOAD TEKSTEN Abraham/Ibrahiem is een belangrijke figuur in Bijbel en Koran. In de Koran is soera 14 naar Ibrahiem genoemd, in de Bijbel is het verhaal van Abraham in Genesis te vinden, maar ook elders wordt aan hem gerefereerd. Via zijn eerstgeboren zoon Ismaël enerzijds en zijn zoon Isaak anderzijds zou hij van Arabieren en Israëlieten de stamvader zijn. In het Nieuwe Testament wordt de verwantschap met Abraham abstracter gezien, als niet door afstamming, maar door het geloof bepaald. In beide boeken is Abraham/Ibrahiem een man die afrekent met het verleden en nieuwe paden inslaat. In de Bijbel trekt hij weg van vader en volk om vervolgens een verbond te sluiten met God, waarin aan zijn afstammelingen, op voorwaarde van goed gedrag, het land Kanaän wordt beloofd. Zo wordt verteld hoe God tot de enige God wordt van dat ene volk. In de Koran staat het verhaal over Ibrahiem en Allah op een hoger abstractie niveau. Ibrahiem bevrijdt zich van afgoden, door in te zien dat wat anderen aanbidden, - de zon, de maan et cetera - slechts aspecten of onderdelen van de schepping zijn. Allah, de schepper, gaat ver boven al het geschapene uit. Hier wordt het monotheïsme losgemaakt van enig volk, algemeen geldig verklaard, en rechtstreeks gesteld tegenover het veelgodendom van de (voor)vaderen. Met zijn stellingname tegen afgodsbeelden haalt Ibrahiem zich de woede van zijn volk op de hals, zij leggen hem het vuur letterlijk aan de schenen. In de Koran valt zijn volk Ibrahiem aan en gooit hem vervolgens in het vuur. Maar Allah redt hem van zijn belagers door het vuur koud te maken. Ibrahiem trekt vervolgens weg van zijn vader en zijn volk om een nieuwe weg in te slaan. Het verbod op het maken en vereren van afgodsbeelden is ook in de Bijbel belangrijk, het wordt in Exodus en Deuteronomium in de context van het verhaal van Mozes uitdrukkelijk aan de orde gesteld. (zie hoofdstuk 9) Beide boeken beschrijven de dramatische gebeurtenissen rond de twee zonen van Abraham/Ibrahiem. De eerstgeborene is Ismaël, volgens de Bijbel op verzoek van Abrahams vrouw Sara verwekt bij de Egyptische slavin Hagar. Het Bijbelse verhaal is er één van vooroordeel, verbanning en verdriet. Tot twee maal toe wordt Hagar gedwongen de tent van Abraham te verlaten en de woestijn in te vluchten. Maar God en zijn engel steken tot tweemaal toe de helpende hand uit. Zo ontdekt Hagar, net voordat Ismaël van de dorst omkomt, op tijd een waterbron. De weinige woorden die aan Isma'iel in de Koran besteed worden, hebben een zeer positieve lading. Hij wordt in één zin genoemd met de grote profeten. Het verhaal van Hajar en Isma'iel wordt summier behandeld, zonder uitdrukkelijke vermelding van Hajar. Het vers 14:37 wordt pas begrijpelijk tegen de achtergrond van het overgeleverde verhaal (hadith) dat Ibrahiem Hajar en Isma'iel niet zonder meer (zoals in het Bijbelse verhaal) de woestijn in stuurde, maar hen bracht naar de ruïnes van het heilige huis, de Ka'ba in Mekka. Daar zou Hajar, in dat woeste en droge oord, wanhopig op zoek naar water voor haar baby, zeven keer op en neer zijn gerend tussen twee bergen, de as-Safa en de al-Marwa. Hajar wordt zelf in de Koran niet met name genoemd, maar de beide bergen wel. Het zeven keer heen en weer rennen, mede ter ere van het geduld van Hajar, is een van de verplichte rituelen tijdens het volbrengen van de Haddj (bedevaart) naar Mekka, die elke moslim zo mogelijk éénmaal in zijn of haar leven moet volbrengen. Daarbij drinken pelgrims nog altijd van de bron (ZamZam) die Hajar en Isma'iel uiteindelijk gered heeft. Ook over Ishaak, de tweede zoon van Ibrahiem, is de Koran lovend. Uitgebreid wordt in Bijbel én Koran ingegaan op de aankondiging van zijn geboorte door drie gezanten van Allah, en op het wonder van de geboorte van een kind uit bejaarde ouders. De dramatische gebeurtenis van het bijna-offer van Abrahams zoon Isaak komt ook in de Koran voor, maar daar gaat het (naar islamitische overlevering) om Isma'iel. Er wordt immers gesproken over de eerstgeborene. Er zijn nuanceverschillen tussen de twee versies van het verhaal. Anders dan Abraham krijgt Ibrahiem geen goddelijk bevel, maar ziet in een droom dat hij zijn zoon zal offeren. Hij is ook openhartiger en bespreekt het offer met zijn zoon, waar Abraham het kind Isaak in het duister laat. Bijzonder is de bereidheid van het kind Isma'iel om aan het offer mee te werken. Isma'iel, in het offerverhaal niet bij naam genoemd, wordt wel uitdrukkelijk genoemd als het gaat om het (weer) opbouwen van het heilige huis, de Ka'bah in Mekka. Hij helpt zijn vader dit heilige huis in gereedheid te brengen voor het offerfeest, dat nog altijd door moslims gevierd wordt na de periode van de Haddj. De twee broers treffen elkaar volgens de Bijbel nog één keer bij de begrafenis van hun vader. Na Abrahams dood krijgt Isaak Gods zegen. Bij zijn vrouw Rebekka krijgt hij ten slotte Jakob als zoon, die later de vader wordt van Jozef. (zie hoofdstuk 8) Het verhaal van Jakob en de ladder, en Jakob en het gevecht met de engel komen niet voor in de Koran en worden hier dus overgeslagen. De Koran spreekt heel kort over Ja'koeb, die met zijn vader Ishaak en grootvader Ibrahiem in hoog aanzien staat. Zij zouden de Salaat, het gebed en de Zakaat, de armenbelasting hebben ingesteld en zich bewust zijn geweest van de paradijselijke beloning voor wie goed doet. (zie hoofdstuk 18) De lezer mist hier misschien dat stuk van het verhaal van Abraham/Ibrahiem over de aanstaande vernietiging van de stad Sodom. Dit stukje verhaal is ondergebracht in hoofdstuk 7, dat genoemd is naar Lot/Loet, de neef van Abraham/Ibrahiem. Ook in boek vorm Koran en Bijbel in Verhalen Unieboek ZIE HIER BIJBEL EN KORAN TEKSTEN ....

Lees meer…

7. Lot Loet

Afbeelding: Lot vlucht uit Sodom, omdat Ijn vrouw toch achterom kijkt verandert zij in een zoutpilaar. Voor de teksten van Koran en Bijbel zie hieronder downloaden De engelen hadden voor Abraham behalve goed ook slecht nieuws. Ze kwamen hem waarschuwen voor de dreigende verwoesting van Sodom, een stad die berucht was vanwege tal van misdaden. Abraham begrijpt niet hoe God ook de onschuldigen kan laten lijden onder de straf voor de schuldigen. Hij gaat met God in debat en krijgt ten slotte de toezegging dat de stad gered zal worden als er tien rechtvaardigen te vinden zijn. Als vervolg hierop wordt het verhaal verteld van de neef van Abraham/Ibrahiem Lot/Loet die als rechtschapen man (in de Koran ook een profeet/boodschapper) in de verderfelijke stad Sodom woont. Net als andere profeten probeert Loet zijn volk te waarschuwen tegen de bestraffingen van Allah voor een goddeloze levenswijze. De mensen van Sodom willen niet luisteren en dreigen hem en zijn volgelingen uit de stad te verdrijven. Dan wordt Loet/Lot door dezelfde engelen bezocht die voorheen bij Ibrahim/Abraham waren. Ook hij geeft ze een gastvrij onthaal. Dan komt een woeste menigte aan zijn deur en dringt erop aan dat hij zijn mannelijke gasten aan hen uitlevert voor seksueel plezier. Lot/Loet weigert dat en biedt zijn twee dochters aan de massa aan. Lot is bang voor de menigte, maar de engelen stellen hem gerust, de menigte zal niet zegevieren. Dit incident kan verschillend geduid worden. Het gaat over het belangrijke gebod van gastvrijheid; gasten gaan boven alles, zeker als het engelen zijn. Het wordt ook wel gezien als een verwerping van (groeps)verkrachting, van welke seksuele geaardheid dan ook. Dit verhaal van Lot en de wellustige menigte kan, en is ook, in christelijke en Islamitische kring geïnterpreteerd als een afwijzing van homoseksuele relaties. In de Bijbel wordt deze interpretatie ondersteund door een uitdrukkelijk verbod op homofilie in Leviticus 20:13 en een afwijzing ervan door Paulus in zijn commentaar op de Grieken en Romeinen die door 'geperverteerde' homoseksuele begeerten worden gestraft omdat zij veel goden aanbidden. In hoeverre God zelve hier aan het woord is, dan wel personen vanuit een bepaalde historische context spreken, is een onbeslist discussiepunt. Het verhaal van Loet dat, zoals gebruikelijk in de Koran, een paar keer wordt herhaald, is de enige context in de Koran waarin homofilie ter sprake komt. Zo omschrijft Loet bijvoorbeeld in 7:80-81 mannen wier begeerte uitgaat naar de man in plaats van de vrouw, als 'overmatige mensen'. Behalve dergelijke uitspraken van de profeet Loet is er in de Koran geen - door Allah uitgesproken - verbod op homofilie te vinden, terwijl Allah zich over allerlei andere aspecten van seksuele verhoudingen wel uitlaat. Echter, volgens de traditie, zou homofilie indruisen tegen de natuurlijke bestemming van de mens, aan wie Allah echtgenoten heeft gegeven. (zie hoofdstuk 2) Opmerkelijk is dat Loet, althans volgens de weergave van Leemhuis, door de menigte terechtgewezen wordt omdat hij zijn dochters aan de menigte wil aanbieden, als zijnde reiner voor hen dan zijn mannelijke gasten. Zij zeiden: 'Jij weet wel dat wij op jouw dochters geen recht hebben en jij weet best wat wij wensen.' 11:79 In de vertaling van Yusuf Ali slaat de opmerking van de menigte op henzelf terug: They said: 'You know well we have no need for your daughters: indeed you know quite well what we want!' 11:79 De term 'dochters' wordt in Islamitische kring veelal allegorisch geïnterpreteerd. Het aanbieden van dochters in het Arabisch betekend altijd 'in huwelijk'. Loet zou de woeste mannen aanraden terug te keren tot de 'dochters van het volk', dat wil zeggen hun eigen echtgenotes, en af te zien van seks met mannen. Maar de menigte blijft aandringen op seks met de mannelijke gasten van Loet. Vervolgens wordt de stad vernietigd vanwege het ongeloof en de wandaden van de inwoners. Gewaarschuwd door de engelen weet Lot/Loet te ontvluchten. Maar zijn vrouw aarzelt. Zij kijkt om en verandert in een zoutpilaar, zo is in Genesis te lezen. In de Koran blijft de vrouw van Loet achter in de stad die verwoest wordt. Daar wordt een vergelijking gemaakt tussen de vrouwen van Noach en Lot, beiden echtgenoten van profeten. Maar uiteindelijk baat hun dat niet. Het gaat tenslotte niet om afkomst of verwantschap maar om individuele keuzes. Uit Koran en Bijbel in Verhalen Unieboek click hier voor teksten ....

Lees meer…

8. Jozef/Joesoef

Afbeelding Jospef in de gevangenis, hij legt dromen van medegevangenen uit. Uit Koran en Bijbel in Verhalen Unieboek Voor teksten onderaan downloaden. Het verhaal over Jozef wordt in Genesis uitvoerig verteld, met oog voor detail. Het verhaal in de Koran is korter maar niet minder bloemrijk. De versie hieronder is sterk verkort. Sommige scènes die in beide boeken voorkomen zijn, terwille van de verhaallijn, weggelaten. Uit het verhaal worden de belangrijkste scènes uitgelicht. Jozef/Joesoef is een van de twaalf zonen van Jakob/Jakoeb, die via Isaak de kleinzoon was van Abraham/Ibrahiem. Het verhaal begint met een droom waarin Jozef/Joesoef elf sterren en een zon en een maan voor zich ziet buigen. In de Koran raadt zijn vader hem aan deze droom niet aan zijn broers te vertellen want dan zouden zij nog jaloerser worden. Joesoef is namelijk met zijn kleine broer Benjamin de lieveling van vader Jakob/Jakoeb. De broers beramen een plan om van hem af te komen door hem in een put achter te laten. Volgens de Bijbel verkopen de broers,- behalve Benjamin en de goedwillende Ruben - hem voor een luttel bedrag aan voorbijtrekkende kooplui. In de Koran zijn het de kooplui die het achtergelaten kind uit de put halen en verkopen. Hun vader vertellen de broers dat zijn lievelingszoon helaas is gedood door wolven. Jozef/Joesoef wordt in beide boeken als slaaf verkocht aan één van de Egyptische notabelen. Als jonge man wordt hij bijna door de vrouw des huizes verleidt, maar hij toont zich standvastig. Maar wanneer de gekrenkte vrouw hem valselijk beschuldigt van verkrachting belandt hij in de gevangenis. Daaruit wordt hij ontslagen als hij erin slaagt een merkwaardige droom van de farao te duiden. De zeven vette en zeven magere koeien uit die droom staan voor zeven jaren van grote vruchtbaarheid en welvaart, gevolgd door zeven jaren van misoogst en hongersnood. Jozef wordt vrijgelaten en tot adviseur van de farao benoemd. Het Koranverhaal biedt op dit punt een extra wending. Joesoef legt nog in de gevangenis de droom van de farao uit, en wil niet worden vrijgelaten totdat de zaak met de wellustige vrouw is opgehelderd. Zij en haar vriendinnen worden door de koning gehoord, en biechten hun valse streek op. Als zijn naam aldus is gezuiverd, en het vertrouwen in hem volledig is hersteld, wil Joesoef de verantwoording dragen over de graanschuur van het land. Door een goede planning slaagt Egypte er onder leiding van Jozef in om de magere jaren goed door te komen. Anderen die in de vette tijd hebben potverteerd komen naar Egypte om graan te kopen. Zo ook de broers van Jozef. Zij herkennen hem eerst niet, maar later, na hier niet besproken verwikkelingen, wordt de hele familie vreugdevol herenigd en vergeeft Joesoef zijn broers. Ook vader Jakob, in Bijbel en Koran ook Israël/Isra'iel genoemd, gaat ten slotte naar Egypte. Op zijn sterfbed spreekt hij de zegen uit over zijn twaalf zoons. Terwijl de meeste verhalen in de Koran vaak in flarden verspreid over verschillende soera's zijn terug te vinden, staat het verhaal van Joesoef in één soera, dat naar de hoofdrolspeler is genoemd. Het Bijbelse verhaal vindt men in de laatste hoofdstukken van Genesis. Door uit te leggen hoe de zonen van Israël in Egypte belandden, vormt het een schakel met het volgende boek, Exodus, waarin verteld wordt hoe zij onder de leiding van Mozes uit Egypte ontsnapten. HIER TEKSTEN BIJBEL EN KORAN DOWNLOADEN ....

Lees meer…

9. Mozes/Moesa

Image Princess Asiya vindt baby Mozes. Mozes/Moesa is in Bijbel en Koran een belangrijke figuur. Hij is bevrijder van zijn volk, strijder tegen afgoderij en ontvanger van Gods wet. Uit Koran en Bijbel in Verhalen, Unieboek. Download teksten uit NBjbel en Koran hieronder De verhalen in de Bijbel en de Koran lopen dan ook parallel vanaf het mandje waarin het kind in de Nijl dobberde, via de uittocht uit Egypte, tot de belofte van het land van melk en honing. In beide boeken wordt de strijd beschreven die Mozes/Moesa voert tegen de tirannieke heerser van Egypte om zijn volk uit diens onderdrukking te bevrijden. Daartoe stuurt God/Allah plagen neer over Egypte, waarvan de laatste zeer gruwelijk is. Op een nacht worden alle eerstgeborenen, van mensen en dieren, gedood. Alleen de eerstgeborenen van de Israëlieten worden op wonderbaarlijke wijze overgeslagen. In de Joodse traditie wordt de uittocht uit Egypte, die ook in de Koran beschreven wordt, jaarlijks gevierd in het Pesachfeest (afgeleid van Pasach=sloeg over), en 50 dagen daarna in het Pentekostfeest. Het Koranverhaal beschrijft de menselijke emoties van de Egyptische vorstin en van de moeder van Moesa. Interessant is het hogere abstractieniveau van het Koranverhaal. Het gaat niet om onderdrukking van een bepaald volk door de farao zoals in de Bijbel, maar om het tirannieke beleid van Fir'aun als zodanig. Mozes spreekt in naam van de God van Israël, een God die de farao niet kent. Moesa pleit namens Allah, die ook Heer is van Fir'aun. Mozes doodt een Egyptenaar. Moesa doodt een mens. In het Koranverhaal valt opnieuw de nadruk op berouw en vergeving. Moesa krijgt berouw nadat hij een mens heeft gedood. Ook krijgt zijn volk berouw over de escapade met het gouden kalf. In de Bijbel vraagt Mozes aan God om vergeving voor zijn volk. Ten slotte krijgt, in de Koran, ook de Fir'aun berouw op het moment dat hij inziet dat hij gaat sterven. Maar dan is het te laat, zijn berouw wordt niet meer aanvaard. Het lichaam van Fir'aun is door Allah bewaard als waarschuwing voor het nageslacht. Van de tien geboden zijn slechts drie hieronder opgenomen, die vrijwel parallel aan elkaar lopen. Uiteraard bevatten beide boeken nog tal van andere elkaar deels overlappende ge- en verboden. Na veertig moeizame jaren trekt men het land van melk en honing binnen, beelden die terugkeren in de beschrijving van de paradijstuin in de Koran (zie hoofdstuk18); met de praktische toevoeging dat, in het hiernamaals, de melk nooit zuur wordt. Voor het verhaal van Mozes is geput uit het tweede Bijbelboek, Exodus, genoemd naar de uittocht uit Egypte. Voor het verhaal van Moesa is geput uit verschillende soera's. Zie hier teksten Bijbel en Koran ....

Lees meer…

10. David/Dawoed en Salomo/Soelaimaan

Deze koningen van Israël spelen in beide boeken een voorname rol. David/Dawoed is beroemd omdat hij al als jongen vrijwel onbewapend de 'reus' Goliath/Djaloet versloeg. Hij gebruikte daarbij een simpele slinger en steen. Later hielp Allah hem met het vervaardigen van ijzeren pantserhemden. Maar hij was niet alleen een oorlogsheld, maar ook koning en musicus. De herdersjongen Dawoed/David volgde de koning Taloet/Saul na diens dood op en werd koning. David wordt in de Bijbel genoemd als bron van tal van liederen of psalmen. Daarin prijst hij de Heer, maar geeft ook uitdrukking aan diepe wanhoop. De Koran noemt ook de psalmen of zaboer die Allah aan Dawoed schonk. Het Arabische woord zaboer betekent geschreven tekst op hout of steen. In het Arabisch wordt ook gesproken van de Mazamiroe Dawoed. Het Arabisch zamir(oen) is het equivalent van het Hebreeuwse zimra, dat zang, muziek of liederen betekent. In de Koran wordt David geprezen vanwege zijn schuldbesef. Berouw siert een koning. Maar in de Koran wordt vooral ook de juichende kant van Dawoed benadrukt. In beide boeken juichen de bergen en vogels met de zanger mee. Soelaimaan erfde van zijn vader Dawoed niet alleen het koningschap maar ook zijn wijsheid. Ook hij was een koning gesierd met een besef van schuld, een bereidheid berouw te tonen voor zijn misstappen. Allah schonk aan Soelaimaan bijzondere vermogens. Hij begreep de taal van de dieren. Soera 27 is genoemd naar een verhaal over mieren, die elkaar waarschuwen zodat ze niet door de troepen van Soelaimaan vertrapt worden. De vorst had ook macht over de natuurkrachten, en over satans en djinns (geesten van het kwaad), die hij wist in te zetten voor grootse doelen, zoals het aanleggen van prachtige tuinen. Salomo staat in de Bijbel eveneens bekend vanwege zijn bouwkundige prestaties, die in de tempel van Jeruzalem hun hoogtepunt vonden. Het is niet goed mogelijk hier op alle gedetailleerde verhalen in te gaan, die over deze twee vorsten in Koran en Bijbel beschreven staan. De ontmoeting met de koningin van Saba/Seba is echter te mooi om over te slaan. Zij brengt van ver een bezoek aan de Israëlische vorst, nieuwsgierig geworden door alle geruchten over zijn wijsheid en de pracht en praal van zijn hof. In de Bijbel vertrekt de koningin, zeer onder de indruk van wat zij gezien heeft, overladen met koninklijke geschenken. De koningin van Saba wordt ten slotte bekeerd tot het geloof van Soelaimaan, het geloof in Allah, de enige God. In de Bijbel is dit verhaal te vinden in 1 Koningen. In de Koran staat het verhaal van de koningin in soera 27 en in soera 34 die naar haar stad Saba genoemd is. Uit Koran en Bijbel in Verhalen Unieboek marliesterborg@gmail.com Zie hier download voor teksten Bijbel en Koran ....

Lees meer…

11. Jona/Joenoes

Het begin van het verhaal van Jona/Joenoes lijkt op verhalen van andere profeten zoals Noach, die hun volk tevergeefs waarschuwen voor een komende ramp. Maar de afloop is heel anders. Het volk van Joenoes (Koran) c.q. de stad Nineve (Bijbel) bekeert zich voordat de straf van God op hen neerdaalt. God vergeeft hen en laat hen nog een tijd genieten van hun aardse leven. Maar eerst overkomt Jona/Joenoes het volgende: hij ontvlucht boos zijn volk en gaat aan boord van een schip. Tijdens een storm wordt er geloot wie er overboord moet worden gezet om de lading lichter te maken. Het lot valt op de profeet. Hij wordt opgeslokt door een vis en krijgt dan wroeging dat hij is weggelopen. Hij roept Allah aan. Allah vergeeft hem en de vis spuugt hem uit op een strand. Allah laat daar een plant over hem heen groeien om hem schaduw te geven. Ook in de Bijbel wordt Jona door een vis opgeslokt en iets later in het verhaal laat God voor Jona een boom groeien. Wanneer hij is bijgekomen, wordt hij teruggestuurd naar zijn volk, dat zich nu bekeert. Zo wordt de dreigende ramp alsnog afgewend. In de Bijbel wordt de vreemde stad Nineve met name genoemd. In de Koran gaat het om het eigen volk van Joenoes. Joenoes wordt opgenomen in de indrukwekkende lijst van profeten, en er is in de Koran een hoofdstuk naar hem genoemd. Ook in de Bijbel krijgt Jona een eigen hoofdstuk. Uit Koran en Bijbel in Verhalen, Unieboek. Click download voor Bijbel en Koran teksten ....

Lees meer…

12. Zacharias/Zakarijja, Johannes de Doper/Jahja en Maria/Marjam

Ook in het verhaal van Zacharias/Zakarijja ontmoeten Koran en Bijbel elkaar. In beide boeken staat het wonder beschreven van zijn bejaarde vrouw, Elizabet, die zwanger raakt en Johannes/Jahja zal baren. Zijn geboorte wordt aangekondigd door een engel aan de priester. Hij wordt met stomheid geslagen. In de Bijbel is de stomheid van Zacharias een straf omdat hij de engel niet geloofde. In de Koran is het een teken waar Zakarijja zelf om vraagt. In de Bijbel wordt Johannes al voor zijn geboorte geïntroduceerd als hij die de weg vrij maakt voor de Heer, waarmee Jezus bedoeld is. In de Koran ontbreekt deze link. Bijbel en Koran vullen elkaar aan waar het gaat om de relaties tussen de familie Zacharias/Zakarijja en Maria/Marjam, die als moeder van Jezus/'Isa in het volgende hoofdstuk uitvoerig aan de orde komt. Marjam was de dochter van de profeet Imraan. Toen de moeder van Marjam in verwachting was, overleed haar man. Zij beloofde God dat zij haar kind (een jongetje zoals zij dacht) zou laten opgroeien in de tempel, waaraan haar zwager Zakarijja als priester verbonden was. Toen het echter geen jongetje maar een meisje werd wilde ze toch haar belofte waar maken, hoewel er in die tijd in de tempel geen vrouwen werden toegelaten. Haar oom Zakarijja nam haar onder zijn hoede. Hij bouwde voor haar een apart verblijf binnen de tempel waar zij woonde. Hij verbaasde zich erover dat het jonge meisje als vanzelf iedere keer bij zijn bezoek over eten en drinken beschikte. Marjam verklaart dat God voor haar zorgt. Tegen deze achtergrond krijgt het Bijbelse verhaal over de ontmoeting tussen Elizabet en Maria meer diepgang. Volgens de Koran was de oudere vrouw immers de tante van Maria en bovendien getrouwd met de priester die haar opvoeding had verzorgd. De ongeboren Johannes erkent Jezus, nog in de baarmoeder, als zijn meerdere. De ontmoeting is zeer vreugdevol. Hier lopen de verhalen niet parallel, maar vormen zij een aanvulling op elkaar. Het verhaal zoals in de Bijbel over het leven en de dood van Johannes de Doper is niet terug te vinden in de Koran, de bijnaam de doper evenmin. Over een ontmoeting tussen Johannes en Jezus wordt niets vermeld. In de Bijbel staat Johannes, die Jezus doopt, bekend als hij die de weg voor de Heer gereedmaakt. Wel wordt ook in de Koran hoog opgegeven van Jahja. Hij wordt opgenomen in het rijtje van beroemde profeten/boodschappers. Beide boeken schetsen Johannes/Jahja als een bijzonder vreedzaam en ascetisch mens. Uit Koran en Bijbel in Verhalen, Unieboek Download de teksten hier ....

Lees meer…

13. Maria/Marjam en Jezus/'Isa

Dat 'Isa/Jezus niet alleen in de Bijbel maar ook in de Koran hoog staat aangeschreven blijkt uit de prachtige verhalen over zijn geboorte. Zijn moeder, Maria/Marjam, raakte ongehuwd zwanger, iets waarvan men zeker in die tijd schande sprak. Bovendien is de oorsprong van haar zwangerschap wonderbaarlijk. In het Bijbelboek Lucas kondigt de engel Gabriël de zwangerschap aan en is er sprake van een goddelijke schaduw die Maria bedekt. De Koran kent ook een engelachtige boodschapper, maar spreekt evenals het Johannes-evangelie abstracter over de scheppingskracht van het Goddelijk woord. In de Bijbel neemt Jozef de zorg voor Maria en het kind op zich. In de Koran trekt de hoogzwangere Marjam zich alleen terug in de woestijn. Als zij de wanhoop nabij is hoort zij een stem - is het de engel Djibriel (Gabriël) of het kind zelf? - die haar moed inspreekt. Later, als Marjam bij terugkeer door haar familie onder vuur wordt genomen, zal het wiegekind voor haar spreken. Het zijn twee prachtige verhalen, zeer menselijk, maar beschenen door een goddelijk licht. Een principieel geschilpunt is de status van Jezus in beide religies. In de evangeliën van Johannes en Lucas wordt hij 'zoon van God' genoemd. In de Koran wordt dit met klem van de hand gewezen. 'Allah verwekt niet en is niet verwekt.' Hij staat zelf buiten de keten van oorzaak en gevolg, maar kan telkens opnieuw scheppen met Het Woord. Allah heeft geen zonen, ook de profeet Mohammed is niet de zoon van Allah. In de Koran is 'Isa de zoon van Marjam; een hoogstaand mens, die Masîh (Messias), profeet van Allah en boodschapper van zijn Woord genoemd wordt. Jezus is in de Bijbel behalve de zoon van God ook zijn boodschapper en de Messias. Dit in beide boeken gebruikte woord is Hebreeuws voor een door God 'gezalfde', een titel die gereserveerd werd voor een koning/redder. Het Griekse equivalent dat voorkomt in het Bijbelboek Handelingen, is Christos. De geboorte van Jezus wordt door christenen gevierd met Kerstmis. De geboorte van 'Isa wordt verteld in Soera 19, genoemd naar zijn moeder Marjam. Voor het Bijbelse verhaal wordt geput uit de evangeliën. Uit Koran en Bijbel in Verhalen,Unieboek TEKSTEN UIT KORAN EN BIJBEL HIER DOWNLOADEN ....

Lees meer…

14. Jezus -'Isa

Plaatjes: De opwekking van Lazarus UIT KORAN EN BIJBEL IN VERHALEN Unieboek. ..marliesterborg@gmail.com.. Voor teksten download beneden............................................................... De aandacht die in de Bijbel aan Jezus besteed wordt, met vier evangeliën die zijn verhaal deels parallel vertellen, is groot. Daarvan kunnen hier slechts enkele verzen worden weergegeven. Dit boek is immers gericht op overeenkomsten tussen Bijbel en Koran en daarom is de aandacht die Jezus hier krijgt bescheiden. In de Koran wordt over 'Isa wel het een en ander verteld. De Koran verzen over zijn leven en werk zijn verspreid over verschillende soera's. Net als over zijn geboorte (zie hoofdstuk 13) is de Koran ook ten aanzien van zijn leven en leer zeer positief. 'Isa wordt als een bijzondere profeet gezien. De parallellen tussen Bijbel en Koran zijn opnieuw opmerkelijk. 'Isa wordt net als Jezus in verband gebracht met Abraham, Isaak en Jacob, maar in de Koran doet ook Isma'iel mee. 'Isa/Jezus bouwt voort op de Thora/Taura maar voert een aantal belangrijke vernieuwingen in. Hij geneest blinden en melaatsen en doet doden opstaan. Ook in de Koran wordt 'Isa ter zijde gestaan door zijn leerlingen, de discipelen. In beide boeken spelen bijzondere maaltijden een rol. Er zijn echter ook uitdrukkelijke verschillen. In de evangeliën wordt Jezus de zoon van God genoemd. De Koran stelt dat God geen zonen heeft, Hij schept immers zonder te hoeven verwekken. Allah heeft niemand naast zich. 'Isa is niet goddelijk, zonder de hulp van Allah kan hij geen wonderen verrichten. 'Isa is een van de profeten, en de Koran discrimineert niet tussen hen, in de zin dat een daarvan beter c.q. goddelijker zou zijn dan de ander. Wel is er sprake van rangen. 'Profeten', de mensen die van Allah een boodschap ontvangen, - men denke aan Moesa en Dawoed - staan hoger dan 'boodschappers' die de door anderen reeds ontvangen openbaringen doorgeven en/of in de praktijk brengen. 'Isa heeft een hoge rang, aan hem is de Indjiel/Evangelie geopenbaard. Maar hij is evenmin goddelijk als Mohammed of enig ander schepsel. Het lijden van Jezus is zowel in de evangeliën als in de brieven van Paulus belangrijk; er wordt nog altijd veel aandacht aan besteed, met name op Goede Vrijdag. Aan het lijden van 'Isa wordt in de Koran niet of nauwelijks aandacht besteed. Het idee dat de Israëlieten Jezus zouden hebben gekruisigd wordt uitdrukkelijk afgewezen. Zoiets zou Allah niet toestaan. Als er al iemand gekruisigd werd, dan zou dat, volgens de Islamitische overlevering, een andere persoon zijn geweest, over wie Allah de beeltenis van 'Isa had gelegd. Allah heeft 'Isa tot zich genomen, hij liet zijn geliefde profeet niet kruisigen. Wel stuiten vrijwel alle profeten op weerstand van hun volk. 'Isa is zo'n profeet, zoals ook Noach en Moesa dat waren. Zijn moeizame weg loopt volgens de Koran niet uit op de kruisdood. 'Isa wordt door Allah, net als in principe alle mensen, uit de dood opgeheven. Hij zal in de nabijheid van Allah verkeren en op de Laatste Dag als getuige optreden. (zie hoofdstuk 18) In het christendom staat de opstanding van Jezus uit de kruisdood centraal, het wordt jaarlijks met Pasen herdacht. De hemelvaart van Jezus is weer een aparte gebeurtenis, een apart christelijk feest waard. Op de Laatste Dag zal Jezus terugkeren. (zie hoofdstuk 18) De vier evangeliën waarin het leven, de dood en de verrijzenis van Jezus in de Bijbel beschreven staan, zijn na de dood van Jezus geschreven door een viertal evangelisten. De Indjiel waarover de Koran spreekt is een goddelijke boodschap door 'Isa zelf ontvangen. ....

Lees meer…

15. Jezus/'Isa en Mohammed

De ronde Bismallah bevat de Arabische letters voor: In den naam van God, de Barmhartigen Erbarmer. Het kruis is het Christelijke ikoon verwijzend naar de kruisiging van Jezus. 'Isa/Jezus wordt in de Koran gezien als de bevestiger van de Taura (Thora) en als ontvanger van het Indjiel (Evangelie). Mohammed bouwt op het werk van 'Isa voort. In de Bijbel wordt geen melding gemaakt van Mohammed, logisch, want de Bijbel werd enkele eeuwen voor de geboorte van Mohammed afgerond. Slechts in algemeen voorspellende zin zou er in de Bijbel verwezen kunnen worden naar Mohammed, dit vergt echter de nodige interpretatie van beeldende teksten. In de Koran wordt gesteld dat 'Isa de komst aankondigt van een gezant genaamd Ahmad, hetgeen btekent de geprezene. Volgens de traditie zou hier Mohammed, de ongeletterde profeet, bedoeld zijn, die immers ook Ahmad genoemd werd. Men verwijst daarbij naar het evangelie van Johannes 14:16 en 16:7. Mohammed kon niet lezen of schrijven, zoals in de Koran gesteld wordt: 'Jij hebt tevoren (voor de openbaring van de Koran red.) geen boek voorgelezen, noch met je rechterhand opgeschreven.' 29:48 In christelijke kring wordt deze interpretatie van bedoelde Bijbelteksten aangevochten. De pleitbezorger, wiens komst Jezus voorspeld zou hebben, is de Heilige Geest, die tijdens het Joodse Pentekostfeest (zie hoofdstuk 9) op de discipelen neerdaalt. Zo krijgen de discipelen of leerlingen van Jezus ineens de moed om, ook na zijn dood, zijn boodschap te verkondigen. Deze gebeurtenis, die als het begin gezien wordt van de christelijke kerk, wordt elk jaar door christenen als het feest van Pinksteren gevierd. Hieronder kan men de relevante passages uit Koran en Bijbel downloaden. Uit KORAN EN BIJBEL IN VERHALEN Unieboek ....

Lees meer…

16. Het Laatste Oordeel

UIT KORAN EN BIJBEL IN VERHALEN Unieboek Teksten downloaden beneden marliesterborg@gmail.com Het Bijbelse verhaal over de Laatste Dag komt in flarden in zowel het Oude Testament als het Nieuwe Testament voor, om in het laatste Bijbelboek Openbaring uit te lopen in een bloemrijke apotheose of slot. In de boeken Jesaja en Daniël van het Oude Testament gaat het om een Openbaring, in vervoering ontvangen door respectievelijk Jesaja en Daniël. Zo is ook het laatste boek van het Nieuwe Testament de neerslag van een visioen, in vervoering ontvangen door een zekere Johannes. In de evangeliën betreft het uitspraken aan Jezus toegeschreven. In de Koran wordt aan de Laatste Dag in talloze soera's aandacht besteed. Zo is er een soera die de titel Katastrofe draagt, één die de Aardbeving heet, één getiteld Het Splijten, een ander Het Barsten; titels die verwijzen naar de hemel die uit haar voegen raakt. Maar ook in andere soera's keren de Laatste Dag en het Laatste Oordeel herhaaldelijk terug. Zo worden mensen er telkens aan herinnerd dat zij ooit individueel afgerekend zullen worden over hun doen en laten. Zoals elders in de Koran zijn ook de verhalen over de Laatste Dag boodschappen van Allah, aan Mohammed geopenbaard via de engel Djibriel. Kort samengevat: de Laatste Dag is het einde der (Aardse) Tijden, die uitmondt in de Oordeelsdag. Dan moeten alle mensen verantwoording afleggen voor wat zij tijdens hun leven geloofd en gedaan hebben. Zij worden opgewekt uit de dood om berecht en vervolgens gestraft dan wel beloond te worden. De Oordeelsdag loopt zo voor sommigen uit in de hel, voor anderen in gelukzaligheid. Dit verhaal, met zijn heftige beelden, leent zich bij uitstek voor allegorische uitleg, die wij graag aan de lezer overlaten. In dit hoofdstuk is vooral ook gezocht naar overeenkomsten in de beeldtaal. Deze zijn sterk tot in detail. Zo is in beide boeken sprake van een bazuin, van neerdalende engelen die één of meer catastrofen inleiden: aardbevingen, vuur, het vallen der sterren, een verduisterde zon. In beide boeken wordt de hemel als een boek opgerold. Het lijkt alsof hier de schepping wordt omgedraaid. In de Bijbel treden op de Laatste Dag milieurampen op, zoals de vergiftiging van zeeën; en concreet beschreven ziektes en plagen, die ook diegene worden toegewenst die zich niet strik aan de letter van het Boek houdt. In de Koran wordt de Laatste Dag zelf niet of nauwelijks in termen van ziektes en plagen beschreven. Er wordt in algemene zin gesproken over de bestraffing met pijnlijke plagen in de hel. (zie hoofdstuk 17) Het betreft hier het onrecht dat mensen zichzelf aandoen. Concrete plagen zijn te vinden in het verhaal van Moesa en Fir'aun. (zie hoofdstuk 9) Iets dergelijks geldt voor het beeld vuur. Dit speelt in de Bijbel juist op de Laatste Dag een belangrijke rol als verwoestend element. In de Koran vertegenwoordigt vuur vooral de hellestraf die volgt op het Laatste Oordeel. In beide boeken spelen conflict en oorlog op de Laatste Dag een verwoestende rol. In Koran en Bijbel worden mensen zoals gezegd op de dag des Oordeels opgewekt uit de dood, om vervolgens berecht te worden. In de Koran is deze opwekking een logisch vervolg op de schepping van de mens Adam en de schepping van elk kind in de moederschoot. Het gaat om derde schepping. (zie hoofdstuk 2) Terwijl Jezus in de Bijbel een belangrijke rol speelt als vorstelijke rechter, wordt in de Koran vermeld dat 'Isa op de Oordeelsdag, (evenals andere profeten) als getuige optreedt. In de Bijbel en in de Koran is het oordeel gegrond op een levensboek, waarin de goede en slechte daden zijn opgetekend. Op grond ook van de getuigenissen/voorspraak van profeten worden ze verdeeld in een groep slechte, sinistere mensen, zij die links voor God/Allah staan (sinister=Latijn voor links/slecht) en een groep rechtvaardigen, die rechts voor Hem staan. In Bijbel en Koran wordt nog een derde groep onderscheiden van mensen die een bijzonder verleden hebben als martelaar of profeet. Zij die voorop liepen in het doen van het goede lopen ook voorop als het gaat om de beloning. Het oordeel loopt voor hen die rechts staan uit op een paradijselijke of hemels beloning. Zij die links staan zijn gedoemd tot het hellevuur. Daarover handelen de volgende twee hoofdstukken. ....

Lees meer…

17. De vurige hel

Uit KORAN EN BIJBEL IN VERHALEN Unieboek marliesterborg@gmail.com Download teksten Bijbel en Koran hieronder De continuïteit en de ontwikkeling in het concept van de hel in Bijbel en Koran valt op als men de lotgevallen van het woord Gehenna volgt. In 2 Koningen verwijst het naar een bestaand dal, het Hinnomdal, waar heidenen hun kinderen offerden aan Moloch. Uiteraard werd dit gebruik door de Israëlieten afgekeurd. Het idee dat God straft met vuur is wel in het Oude Testament te vinden, maar het verteert niet alleen het (onderaardse) dodenrijk maar ook de aarde. In de evangeliën krijgt het woord Gehenna een algemene en virtuele betekenis, als de plek waar men na de dood verblijft als men onrechtvaardig geleefd heeft. In het Bijbelboek Openbaring wordt van de 'vuurpoel' gesproken, waarin de zondaars gegooid worden. Hetzelfde woord, in het Arabisch Djehennem, (in de vertaling van Kramers Gahannam), wordt in de vertaling van Leemhuis de hel; de vurige plaats waar de ongelovigen na de dood verblijven. De verhalen van de hel in het Nieuwe Testament en de Koran lopen sterk parallel. Het beeld van de hel is in de Koran veel verder uitgewerkt dan in het Nieuwe Testament, zowel in logische als in poëtische zin. De hel komt in tal van soera's voor. Met allerlei sterke beelden wordt degene die er maar op los leeft duidelijk gemaakt dat hij ooit met zijn daden geconfronteerd zal worden. Hier duikt in beide boeken de satan of duivel op, die mensen misleidt en hen ten slotte meetrekt het vuur in. In de Koran worden deze boosdoeners veelal aangeduid met de term ongelovige. Het ligt voor de hand dat zij die een ander geloof aanhangen naar de hel verwezen worden. Toch laat de Koran een subtieler beeld zien. Zo zijn de oordelen over Israëlieten en christenen, de mensen van het Boek, niet onverdeeld negatief. Er is voor hen zeker nog hoop, wanneer zij de polytheïstische aspecten van hun geloof van zich afschudden. Men denke hier aan de aanbidding van het gouden kalf (zie hoofdstuk 9), de vergoddelijking van 'Isa (zie hoofdstuk 13) en zijn moeder. Maar als zij aanstichten tot oorlog zullen zij zelf met vuur geconfronteerd worden. In de Koran moeten ook gelovige moslims het soms ontgelden. Sommige 'gelovigen' pretenderen in Allah te geloven maar zaaien in werkelijkheid verderf op aarde. Deze huichelaars zijn te vergelijken met de schriftgeleerden en Farizeeën, die door Jezus gehekeld worden. Anderzijds hoeven zij die geen kans kregen tot het 'ware geloof' te behoren niet zonder meer veroordeeld te worden. Het verhaal van de 'goede Samaritaan' is hiervan een bekend voorbeeld. In de Koran lijken onderdrukten die niet de goede weg gewezen werd op vergeving te kunnen hopen. Hiermee is aangegeven dat behalve het godsdienstige aspect het woord 'ongelovige' in de Koran ook een sterk ethisch aspect bevat. Het zijn met name de onrechtplegers die het hellevuur te vrezen hebben. Ook belijdende moslims zullen op hun daden worden afgerekend, en al naar het oordeel van Allah beloond of gestraft worden. Voor een goed begrip van deze ethische dimensie van het woord ongelovige in de Koran moet men rekening houden met het feit dat de satan de ongelovige bij uitstek is. (zie hoofdstuk 2) Hij loochent niet het bestaan van Allah, - hij praat zelfs met Hem,- maar hij is ongehoorzaam jegens Allah, hij gaat in tegen Zijn gerechtigheid. Satan is de vijand van de mens. ( zie hoofdstuk 2 en 3) Hij verleidt mensen, moslims en niet-moslims, tot gedrag dat hen ten slotte in de hel doet belanden. In het Bijbelboek Openbaring verdwijnen de satan met zijn volgelingen ten slotte voor eeuwig in de vuurpoel. Ook in de Koran worden satan en zijn makkers in de hel, de Djehenem, geworpen. Zij die zichzelf hebben veroordeeld tot de vurige hel staan bij het Laatste Oordeel (zie hoofdstuk 16) in beide boeken, Bijbel en Koran, ter linkerzijde. Zij zijn zich te buiten gegaan aan verschillende onrechtvaardige of zondige handelingen, zoals moord, wat in beide boeken wordt afgekeurd. (zie hoofdstuk 4) Maar er zijn meerdere manieren om in de hel te belanden. In de Koran heeft de hel zeven poorten. Deze beelden zijn bedoeld om mensen die denken tijdens hun aardse leven weg te komen met onverantwoordelijk gedrag, tot inkeer te brengen. Zij zullen ooit met hun daden geconfronteerd worden. Het is niet Allah die straft, maar het satanische vuur dat zichzelf tegenkomt. Voor de ongelovige in deze brede zin lijkt de hel een eeuwigdurende bestraffing te zijn. Maar Allah kan anders beslissen. Het is denkbaar dat mensen een korte tijd in de hel verkeren, om daarna tot de paradijstuinen te worden toegelaten. In de Koran worden sterke dreigementen van eeuwigdurende bestraffing afgewisseld met een oproep tot inkeer. Wie berouw toont en zijn leven betert, kan rekenen op vergeving. Het thema berouw is in de Koran sterk aanwezig, niet alleen in de soera 9 die 'Berouw' heet maar door het hele boek heen. Ook in het Oude en Nieuwe Testament zijn de noodzaak van berouw en een vergevende God terugkerende thema's ....

Lees meer…

18. Paradijs tuinen en hemelse stad

Uit KORAN EN BIJBEL IN VERHALEN Unieboek marliesterborg@gmail.com Bijbel en Koran teksten beneden downloaden. In Koran en Bijbel wordt de oprecht gelovigen een beloning in het vooruitzicht gesteld, die na de wederopstanding uit de aardse dood intreedt. De verbeelding van het hemelse hiernamaals verschilt. In de Bijbel wordt gesproken van het Koninkrijk van de hemel. Het meest uitgekristalliseerd is het ook in het Oude Testament voorkomende beeld van het nieuwe Jeruzalem, in de Openbaring een prachtige stad met twaalf poorten van parel. Het paradijs komt in de Bijbel slechts drie keer voor. In 2 Korinthiers 12:2 wordt het gekoppeld aan de derde hemel, een sfeer die sommigen ook al tijdens dit leven even mogen binnentreden. In het evangelie betreft het een sfeer die men kan bereiken na de dood. In de openbaring wordt het paradijs genoemd, met reminiscenties aan de verloren tuin uit Genesis. (zie hoofdstuk 3) De hemel speelt ook in de Koran een rol, zij het dat deze in zeven hemelen is uitgevouwen (zie hoofdstuk 1), die volgens de overlevering samenhangen met de verschillende deugden die mensen naar de hemel voeren. Het gaat daarbij om deugden als barmhartigheid en vergevingsgezindheid. Zij die de marteldood zijn gestorven krijgen een speciale behandeling. Het belangrijkste beeld in de Koran is dat van de paradijstuinen, of Djanna. Ze worden in verband gebracht met het hof van Eden of 'Adn. Talloze keren wordt van die tuin(en) gerept, meestal in combinatie met het andere alternatief, de vurige hel. Het woord paradijs is afkomstig van het Perzisch en betekent oorspronkelijk 'ommuurde tuin', hof; in de Koran is het Arabisch equivalent, de Djanna, voorzien van talloze poorten, voor de vele deugden die erheen leiden. De paradijstuinen in de Koran zijn groen, waterrijk en vol genoegens waarvan men op aarde een voorproefje kan krijgen. Er zijn schaduwgevende bomen, dorstlessende rivieren, vruchten, een wijnachtige drank waardoor men niet beneveld raakt, mooie kleren, sofa's en schone maagden én parelachtige jongelingen die bedienen. De rivieren van melk en honing doen denken aan het Bijbelse beloofde land. (zie hoofdstuk 9) Ook de menselijke verhoudingen in het paradijs zijn goed. Negatieve gevoelens zoals wrok zijn afwezig. Er wordt geen onzin gekletst, men zit gezellig tegenover elkaar en wenst elkaar vrede toe. Net als op aarde zijn er in het paradijs paren, mensen verkeren er met echtgenoten maar hier zullen man en vrouw eeuwig jong blijven. Volgens de overlevering hebben mensen in de paradijstuinen eeuwig de leeftijd van 'Isa toen hij door Allah omhoog gebracht werd, de schoonheid van Dawoed en de lengte van Adam. Het paradijs is beloofd aan mannen én vrouwen die Allah oprecht vrezen. In het Bijbelse beeld van het hiernamaals ontbreekt het sekseverschil. Mensen verblijven er als stralende engelen, van aardse lusten en onlusten bevrijd. Woorden als bruid en bruidegom krijgen een meer spirituele invulling. De fonkelende stad en de groene tuinen zijn bestemd voor gelovigen. Dat betreft niet alleen het formele geloof, maar ook het gedrag. Verschillende deugden worden met name met een paradijselijke beloning in verband gebracht. Er is uit de vele relevante deugden een greep gedaan. In de Koran staat de Zakaat centraal, de innerlijke bereidheid te geven aan de behoeftigen. Ook de rechtvaardige strijd van hen die uit hun woonplaats verdreven zijn wordt beloond. In de Bergrede noemt Jezus een aantal deugden die met de gelukzaligheid beloond zullen worden. In zowel het Oude als Nieuwe Testament is het gebod tot naastenliefde te vinden, in de woorden van Jezus ook de aansporing de vijand lief te hebben. In de Koran staan de verdienstelijke mannen en vrouwen bij het laatste oordeel aan de rechterkant en dragen hun levensboek in hun rechterhand. Zij mogen na de Laatste Dag (zie hoofdstuk 16) de tuinen betreden als een eeuwige verblijfplaats. Ook Jezus plaatst, in het evangelie volgens Matteüs, de oprecht gelovigen, de 'schapen', aan de rechterkant. Het zijn vaak mensen aan de onderkant van de samenleving: hoeren, misdadigers en Samaritanen, die hij het hemels paradijs belooft. Vrijwel niemand is echter zonder fouten. Wie tijdens zijn leven misstappen begaat kan altijd oprecht vergeving vragen en zijn leven veranderen. In beide boeken verschaft dat alsnog toegang tot de Paradijstuinen c.q. het Nieuwe Jeruzalem. Daar is men stralend van blijdschap, in de nabijheid van Allah/God. ....

Lees meer…

19. Sjaloom, Vrede, Salaam

Wat zijn de gemeenschappelijke waarden in Bijbel en Koran? Het gaat om datgene waar mensen overal op aarde naar verlangen: vrede, in de talen van Bijbel en Koran: Sjaloom, Irene, Salaam. Uit KORAN EN BIJBEL IN VERHALEN Unieboek marliesterborg@gmail.com Scroll en download de teksten Tegelijk wordt in beide boeken een aantal belangrijke richtlijnen voor het gedrag gegeven, dat aan vrede kan bijdragen dan wel afbreuk doen. Het gaat om normen waardoor zowel gelovigen en als niet-gelovigen zich laten inspireren. Richtlijnen die onder meer in Koran en Bijbel, maar ook elders zijn terug te vinden. Hoe oud deze 'geboden' ook zijn, hoe vreemd ouderwets soms geformuleerd, zij blijven hun geldigheid behouden, ook in onze geglobaliseerde, multiculturele samenleving met zijn technische kwetsbaarheid klimaat problemen en massa vernietigingswapens. Het gaat daarbij in de eerste plaats om het ontbreken van oorlog en geweld, gekoppeld aan het verbod op moord. Belangwekkend is dat, terwijl in de praktijk vaak gedood wordt in de naam van God, beide boeken daar juist voor waarschuwen. Gebruik van militaire macht is wel toegestaan, als het gaat om verdediging, van mensen maar ook van synagogen, kerken en moskeeën. Wel is het essentieel om elke kans voor de beëindiging van het conflict met beide handen aan te grijpen. Daartoe is een verzoenende houding vereist. Door te vergeven, door af te zien van vergelding kan een geweldsspiraal doorbroken worden. Maar alleen orde en rust is niet voldoende, het gaat om meer dan negatieve vrede. Rust in het land mag geen dekmantel zijn voor onderdrukking en armoede. Vrede moet steunen op rechtvaardigheid en barmhartigheid. Hierin kan men zich laten inspireren door een rechtvaardige en barmhartige God/Allah. Het in stand houden van vrede vraagt om tolerantie, en hoffelijkheid in de omgang. Het gaat niet aan anderen te kleineren, belachelijk te maken of uit te schelden. In het bijzonder vraagt, in een multiculturele wereld, de omgang met andersdenkenden/andersgelovigen veel aandacht. In plaats van verschillen en strijdpunten te onderstrepen kan men kijken naar overeenkomsten. Dan blijken bijvoorbeeld christenen en moslims dicht bij elkaar te staan. Wie overtuigd is van de waarde van het eigen geloof kan daarover met anderen in schone woorden spreken. En juist ook als men het niet eens wordt, is wederzijds respect geboden. Om te benadrukken hoezeer uitspraken uit de boeken van joden, christenen en moslims elkaar benaderen, hebben wij in dit laatste hoofdstuk de verzen niet naast elkaar geplaatst, niet tegenover elkaar, maar afwisselend onder elkaar. Wij hebben de bron vooralsnog weggelaten om de lezer eerst maar eens te laten raden uit welk boek de uitspraak afkomstig is. ....

Lees meer…

Maria, Belezen vrouw in Bijbel en Koran

Wie de verhalen uit Koran en Bijbel naast elkaar leest ontdekt een belezen vrouw. Een apocrief verhaal, dat in de Koran terecht gekomen is, verklaart hoe Maria het Woord kon ontvangen. Ze was zelf een vrouw van het woord. Zij leerde lezen in de tempel school in Jerusalem. Die hoogste opleiding was alleen voor jongens toegankelijk, maar Allah had daar iets op bedacht. Toen haar moeder zwanger was overleed haar vader, de priester Imraan. In de veronderstelling dat zij een jongen droeg wijdde zij de vrucht van haar schoot aan Allah. Aan die belofte werd zij gehouden, ook toen het een meisje bleek te zijn. Christelijke schilderijen laten zien hoe Maria als jong meisje de tempel binnenging en door Zacharias ontvangen werd. Ook wordt de volwassen maagd Maria vaak afgebeeld met een boek. Natuurlijk heeft ze haar kennis overgebracht aan haar zoon. Afbeeldingen: Presentatie van de maagd in de tempel, Tiziano Vecellio, 1534 Maria als klein meisje in het blauw wordt toevertrouwd tot de zorg van de hoge priester Zacharias op de trappen van de tempel in Jerusalem. Maria leert Jezus lezen. Meester van Basel, 1450 ....

Lees meer…